verhaaltjeverzinnen.nl
📖

Een bewaard verhaal

Lucie en Milou en de verdronken mier

Op een glinsterende ochtend in Utrecht ontdekten Lucie en Milou iets piepkleins dat heel dringend hulp nodig had.

Lucie woonde in een smal huis met een rode deur, vlak bij een rustig stukje gracht in Utrecht. Ze had een gele regenjas aan, ook al scheen de zon. “Je weet maar nooit,” zei ze altijd. Haar beste vriend Milou droeg een blauwe tuinbroek met grote zakken. In één zak zat een vergrootglas. In de andere zaten drie rozijnen, een touwtje en een kastanje. Die ochtend wandelden ze langs de gracht. De bomen ritselden zacht. Een bootje dobberde voorbij. Toen hoorde Lucie een heel dun geluidje. “Help! Help, alsjeblieft!” Milou bleef stokstijf staan. “Was dat een fluitketel?” Lucie schudde haar hoofd. “Nee. Een fluitketel zegt geen alsjeblieft.” Samen bogen ze over de lage stenen rand van de gracht. Tussen twee waterlelies draaide iets kleins rond in een kringetje. Het was een mier! Zijn pootjes trappelden boven het water uit. “Hij verdrinkt!” fluisterde Milou. “Niet als wij iets bedenken,” zei Lucie moedig. Ze gingen meteen op hun buik liggen, ver genoeg van de rand zodat ze veilig bleven. Milou haalde zijn vergrootglas tevoorschijn. “Daar! Hij zit op een klein blaadje, maar het blaadje is veel te wiebelig.” De mier piepte: “Ik heet Miermans. Ik was onderweg naar een picknickkruimel, maar toen blies de wind mij plons de gracht in!” Lucie keek naar de oever. Er groeiden lange rietstengels. “We hebben een brug nodig,” zei ze. “Een brug die tot aan het blaadje kan.” Milou knikte ernstig. “Een reddingsbrug voor één heel dappere mier.”

Illustratie bij deel 1 van Lucie en Milou en de verdronken mier

Lucie zocht de langste rietstengel uit. Milou hield hem stevig vast bij het dikke uiteinde. Voorzichtig staken ze de stengel over het water, alsof hij een lange groene arm was. “Hij haalt het net niet,” zei Milou. “Dan maken we hem langer.” Lucie keek in Milous zak. “Heb je iets dat kan helpen?” Milou haalde trots zijn touwtje tevoorschijn. “Ik wist dat dit een touwtjesdag zou worden.” Ze bonden een tweede rietstengel aan de eerste. Lucie maakte een lusje, Milou trok het stevig vast. De wind blies even langs de gracht. Het water rimpelde. Miermans draaide een rondje op zijn blaadje. “O jee,” piepte hij. “Ik word er duizelig van!” “Blijf naar ons kijken!” riep Lucie. “En adem rustig. In… en uit.” “In… en uit,” piepte Miermans dapper. Nu reikte de rietbrug precies tot zijn blad. Maar hoe moest de mier erop klimmen? De stengel was glad en rond. Milou pakte een rozijn uit zijn zak. “Mieren zijn dol op zoet, toch?” Miermans knikte zo hard dat zijn voelsprieten dansten. Milou prikte de rozijn voorzichtig aan het uiteinde van de rietstengel. “Kom maar, Miermans. Volg de rozijnenweg!” De mier zette één pootje op de stengel. Toen nog één. Hij wiebelde. Lucie en Milou hielden hun adem in. “Je kunt het!” fluisterden ze samen. Miermans stapte verder. Heel langzaam liep hij over de groene brug. Halverwege kwam er een eend voorbij, die nieuwsgierig kwaakte. Miermans bevroor. “Geen zorgen,” zei Lucie vriendelijk tegen de eend. “Wij zijn bezig met een redding.” De eend kwaakte zachtjes terug en zwom rustig verder. Miermans glimlachte. Nog drie stapjes. Nog twee. Nog één…

Illustratie bij deel 2 van Lucie en Milou en de verdronken mier

…en daar was Miermans op het droge! Hij rende niet meteen weg. Eerst ging hij op een platte steen zitten om zijn zes pootjes te drogen in de zon. “Jullie hebben mijn leven gered,” zei hij. “En mijn picknickdag ook.” Lucie glimlachte. “Vrienden helpen elkaar.” “Maar wij kenden elkaar nog niet,” zei Milou. “Nu wel,” antwoordde Miermans wijs. Toen klonk er geritsel onder een paardenbloem. Uit een piepklein gaatje kwamen tientallen mieren tevoorschijn. Ze droegen kruimels, zaadjes en zelfs een blauw bloemblaadje als vlag. “Miermans!” riepen ze. “We zochten je overal!” Miermans vertelde het hele verhaal. Over de wind. Over het wiebelblad. Over de rietbrug en de rozijnenweg. De andere mieren klapten met hun voorpootjes. Dat klonk als een zacht tik-tik-tik. “Een dankfeest!” riep een kleine mier met een madeliefje op haar kop. Lucie en Milou kregen ereplaatsen op twee gladde steentjes. De mieren brachten kruimeltaart, dauwdruppels in een eikeldopje en een glanzend kersenpitje als cadeau. Milou gaf zijn laatste twee rozijnen weg. Lucie deelde haar boterham in minuscule hapjes. Toen de zon lager stond, wees Miermans naar een klein pad langs de gracht. “Als jullie ooit hulp nodig hebben, roep dan maar. Wij mieren horen meer dan mensen denken.” Lucie en Milou zwaaiden naar hun nieuwe vrienden en liepen naar huis, langs de glinsterende gracht en de rode daken van Utrecht. Milou stopte de kastanje weer in zijn zak. “Handig gehad?” vroeg Lucie. “Nog niet,” zei Milou. “Maar morgen is een nieuwe avonturendag.” Lucie lachte. “Dan neem ik mijn regenjas weer mee.”

Illustratie bij deel 3 van Lucie en Milou en de verdronken mier

En Lucie, Milou en hun piepkleine vriend Miermans beleefden nog veel mooie dagen en leefden uiteindelijk lang en gelukkig.

Nieuw verhaal
Lucie en Milou en de verdronken mier – Verhaaltje Verzinnen